donderdag 18 februari 2010

Bob Dylan / The Woodstock Years

Elliott Landy

Periode
20 februari 2010 - 21 maart 2010

Locatie
V!P‘s International Art Galleries
Spiegelgracht 8
1017 JR Amsterdam

Contactinformatie
telefoon: 020-7737656
fax: niet beschikbaar
e-mail: info@vipsart.nl
website: www.vipsart.nl


Het is een van die foto’s die op het collectieve netvlies staan gebrand: Bob Dylan die, gitaar in de linkerhand, minzaam glimlachend zijn hoed voor de toeschouwer licht. De foto sierde de hoes van de elpee Nashville Skyline uit 1969 en werd gemaakt in Woodstock, waar Dylan en ook de fotograaf in die periode woonde. Elliott Landy, heette hij. Omdat zijn achternaam een anagram leek (Dylan/Landy), verschenen er al weldra artikelen die zijn bestaan in twijfel trokken: was het de zoveelste mystificatie rond Dylan?

Elliott Landy (1942) bestond echter wel degelijk. In 1967 was hij begonnen met het fotograferen van betogingen tegen de oorlog in Vietnam en rockconcerten in New York City, in opdracht van diverse undergroundtijdschriften. Het was een tijd waarin de maatschappij volop aan het veranderen was. Waarden kantelden, de tegencultuur kwam op. Landy had een duidelijk beeld van zijn plaats daarin en van zijn werk als fotograaf: ‘Ik wilde geld verdienen, prachtige foto’s maken, naar muziek luisteren en de wereld helpen.’

Landy zou blijvende roem vergaren met zijn popfoto’s, maar richtte zich aanvankelijk vooral op het fotograferen van de vredesbeweging. Bij betogingen zag hij veel politiegeweld, al dan niet uitgelokt. ‘Op een keer was er een demonstratie tegen de Zuid-Afrikaanse diamantmijnen, op Fifth Avenue bij het Rockefeller Center. De politie begon een groep betogers met gummiknuppels in elkaar te slaan. Iedereen rende weg, maar de politie haalde een hinkende jongeman in en werkte hem zonder reden tegen de grond. Ik maakte een foto. Iemand riep dat Bobby Kennedy recht beneden ons op de ijsbaan was. Ik rende naar beneden en vertelde hem dat de politie boven op straat mensen aftuigde, in de naïeve overtuiging dat hij onmiddellijk mee zou komen om er een einde aan te maken. Het verraste me dat hij op zijn hoede was en er duidelijk niets voor voelde om er persoonlijk betrokken bij te raken. Hij stuurde een assistent om poolshoogte te nemen, maar tegen die tijd was het incident al voorbij.’
De foto werd geweigerd door het grote persbureau Associated Press: niets voor ons. Die onwilligheid om de waarheid bekend te maken, was voor Landy even schokkend als het politiegeweld op zich. De mensen die de media beheersten, hadden kennelijk een hekel aan hippies en betogers. Het nieuws zoals de Amerikanen dat kregen voorgeschoteld, was gefilteerd en gemanipuleerd.

Muziek was een bindende factor voor de jongeren die zich probeerden te ontworstelen aan de greep van het establishment. Elliott Landy: ‘Rockconcerten waren overgangsriten: mensen kwamen bij elkaar om naar de bands te luisteren en high te worden van de muziek, het dansen en de drugs.’ Het verschil tussen toehoorders en muzikanten was gering. Muziek was vooral een gemeenschappelijke ervaring, overal heersten de geest van ware solidariteit en het verlangen om de wereld te veranderen. ‘Om een kortstondige, vreugdevolle ervaring vast te leggen met anderen te delen - dat was de reden waarom ik aanvankelijk begont te fotograferen, en het is ook de reden waarom ik nu nog altijd fotografeer.’

Hij had geluk, geeft hij toe. Hij fotografeerde artiesten zoals Janis Joplin en Jim Morrison aan het begin van hun loopbaan, toen nog niemand wist welke postume vlucht hun carrières zouden nemen, als iconen van de twintigste eeuw. Elliott Landy: ‘Ik interesseerde me niet voor de persoonlijkheid van de muzikanten wanneer ik fotografeerde. Als ik een concert in beeld bracht, ging het me alleen om de muziek en hoe de muzikanten eruitzagen terwijl ze speelden. Hield ik niet van de muziek, dan kon ik geen foto’s maken.’ In het begin had hij nog maar weinig concurrentie, zegt hij: ‘Foto’s van rockmuziek waren commercieel niet erg interessant.’

In 1967 fotografeerde Landy het eerste concert van Bob Dylan sinds een lange afwezigheid ten gevolge van een motorongeluk. De zanger begeleid door een groep onbekende muzikanten, van wie de meeste uit Canada afkomstig waren en die later naam zouden maken als The Band. Hoewel fotograferen verboden was, wist Landy een camera naar binnen te smokkelen en foto’s te maken, totdat Albert Grossmann - manager van zowel Dylan als Janis Joplin - hem in de gaten kreeg en liet verwijderen. De belichte fotorol was inmiddels veilig opgeboren in het handtasje van Landy’s vriendin, de enige opnamen van een legendarisch optreden.
Ondanks die rel is het later diezelfde Albert Grossmann die Landry een opdracht geeft die tot zijn definitieve doorbraak zal leiden: de fotografie voor de hoes van Music from Big Pink, de debuut-elpee van The Band. Landy maakt kennis met Woodstock, waar de groep zich heeft teruggetrokken en waar ook Dylan woont. De foto’s die Landy met de groep maakt en later ook met Dylan, ademen dezelfde sfeer als de songs op de platen die ze in die periode opnemen: landelijk, intiem, wars van glamour en met de nadruk op de authenticiteit van de muziek. Tegelijk ontspannen en ernstig. Landy laat zich inspireren door foto’s uit het Oude Westen, portretten van mensen voor wie de komst van de fotograaf (of de gang naar zijn studio) een Gebeurtenis was. Geheel tegen de hippe tijdgeest in tooit de band zich met hoeden, wandelstokken en te krappe tweedehands kostuums. Landy maakte foto’s voor de eerste twee elpees van de band en 24 jaar later ook voor Jericho, een nieuw album dat drie voormalige leden onder de oude bandnaam uitbrachten.

In dezelfde periode, eind jaren zestig, maakte hij ook zijn beroemde foto van Bob Dylan: ‘Elke bespreking van de plaat had het over zijn glimlach op de hoes. Niemand schreef iets over de foto zelf. Voor mij is dat kenmerkend voor een ‘goede’ foto. Het medium zelf moet onzichtbaar zijn. Het moet niet zo zijn dat je denkt: Wat een geweldige foto is dat, het moet juist je aandacht richten op wat de foto afbeeldt: ‘Kijk naar dat kind, kijk naar die bloem, kijk naar die persoon, wat geweldig.’

Landy kwam geregeld bij Dylan over de vloer en omgekeerd, er was meer dan eens sprake van een gezamenlijk project met foto’s en tekeningen, maar het leidde tot Landy’s teleurstelling niet tot een concreet resultaat. Uiteindelijk verhuisden ze allebei in de herfst van 1970 naar Manhattan, maar het jaar daarop vertrok Dylan naar Mexico om een film op te nemen en reisde Landy naar Europa, waar hij zeven jaar zou blijven.

‘In 1978, toen ik uit Europa terugkeerd, ging ik naar een concert van hem maar werd niet tot hem toegelaten. Toevallig stond ik na afloop samen met hem in de lift achter het toneel, want hij was op weg naar een feestje. Hij zei hallo, maar nodigde me niet uit om mee te gaan toen hij de lift verliet. Sindsdien heb ik hem nog af en toe gesproken, maar ons contact werd nooit meer zoals vroeger.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen